Mijn lief, ik schrijf je deze brief nu, omdat het niet anders kan.
Ik ben met alle medicijnen gestopt, voor ruimte om met je te kunnen praten.
Ook al is het maar op papier.
Sinds mijn hersenen geen gedachten meer vast kunnen houden heb ik je aandacht niet kunnen beantwoorden.
In dit lucide beheersbare venster tussen de gillende manie en de zwarte stilte vertel ik jou het enige wat belangrijk is: ik hou van je.
Ik bewonder de moed waarmee je mij blijft begrijpen en accepteren, ook al krijg je waanzin terug.
Jij bent de bodem onder mijn overvolle leegte.
Straks moeten we misschien voorgoed afscheid nemen.
Ik kan deze gekte, die ondoordringbare denkruis niet meer aan.
Bedankt, mijn lief.

Denkruis, prachtig. ?
Wel een beetje stekelig in een bos met dennen. ?
Mooi stukje.
Kon je dit nu nog maar schrijven in de (schaduw) fase.