De merel vraagt verbaasd aan de lijsterbes: ‘Heb je verdriet lijsterbesboompje?’
‘Ja,’ snikt de lijsterbes. ‘Ik heb het zó koud, de wind blaast mijn scheuten eraf en ook nog die gemene hagelbuien. Die stenen geselen mijn jonge groen kapot.
Kijk, was ik net zo mooi op weg. Ik was supertrots op mijn nieuwe jonge loof. Mijn groensel dwarrelt en draait hier in het rond. Maar dat hoort niet. Bladeren horen bij mij. Straks blaast die nare wind mijn knoppen van de bessen er ook nog af. Dan zit ik helemaal.
Willen jullie strakjes niet op mij komen zitten. Ik had helemaal niet moeten beginnen hier op de weidevlakte…’
‘Ach, kom maar, joh.’ De merel troost het boompje met een knuffelbezoek.

Marie, een lief en vertederend natuurverhaal. Leuk perspectief
(Wel heel veel verkleinwoorden erin.)
verbaast > verbaasd
Nel, aangepast, over het hoof gezien! Ga nog de verkleinwoorden nakijken, dank voor je opmerkzame blik! Het gaat om een kleine boom, die net iets gaat voorstellen boven het maaiveld. Maar dat had je wel begrepen natuurlijk!
@Marie. Weer een mooi tafereeltje!
zò koud moet zijn zó koud.
Dank je Han. Zó dus! Ik wilde aangeven het ene zo en het andere. Er bestaat dus maar een zó. Weer iets geleerd, dank.
@Marie. Of cursief geschreven.
mooi, gevoelig geschreven