‘Lieve zus, het was weer een geweldige logeerpartij. Gezellig samen winkelen, eten en vooral bijpraten.
Alleen het vaste patroon van de avonden vind ik minder. Dan houden we rummikub competities. De dagkoers daarvan eindigt bijna altijd in mijn nadeel.
Van de tien spelletjes die we spelen, win ik er doorgaans een of twee. Ik begin met flutcijfers en wat ik beurt na beurt raap, is net zo belabberd. Of ik begin goed, en kan na een paar beurten niets meer neerleggen. Jij wint met een gespeeld zorgelijk gezicht potje na potje, voor mij is er weinig tot geen eer te behalen.
Toch zijn deze avonden onmisbaar geworden. Want het verlies in spelletjes kan de positieve dagkoers van genegenheid niet overtreffen.’

De genegenheid is voelbaar.
Mooi stukje. Ongeluk in het spel, geluk in zusterliefde 🙂
dat overtreffen kan ik niet zo goed plaatsen, zou geloof ik zeggen ‘niet bederven’ of zoiets.