Eline knipt zorgvuldig de kikkers, die ze heeft getekend: ze komen in de vijver op de bodem van de kijkdoos. Ze heeft al bomen en bloemen in vele kleuren opgeplakt. Dagenlang is ze bezig geweest. Aan het deksel van de doos hangt ze dunne draadjes met vogels en vlinders. Het mooiste moet nog komen: een prinses die op een bankje in het gras zit.
Ze schrikt op van de stem van haar moeder: ‘Mag ik alvast kijken?’
‘Natuurlijk, maar ik ben nog niet klaar.’
‘Het wordt prachtig, Eline. Span je je niet te veel in?’
‘Nee hoor, als ik moe word ga ik liggen.
Denk je dat het in de hemel ook zo mooi is?
…
Nee, niet huilen nu, mam.’


Het begon als zo’n onschuldig stukje … Mooi, Nel.
Teveel moet hier te veel zijn.
Dank je, Ewald. Je hebt gelijk met teveel > te veel
Ik pas het aan.
Goed weergegeven dat het leven niet altijd maakbaar is. (Misschien bestaat alleen maakbaarheid, maar ik weet even geen ander woord)
@Nel. Heel mooi!
Wat een ontroerend slot, Nel. Heel mooi verteld.
Die zag ik niet aankomen… Slik… Ontroerend!
Levja, dank je.
Er is veel maakbaar in het leven, maar het leven zelf heb je niet in de hand.
Han, dank je wel!
Alice, Irma.
bedankt voor jullie reacties.
Ik begon het verhaal te schrijven over de kijkdoos en opeens schreef ik -als vanzelf- dit slot. Ik had het ook niet verwacht.
Liefdevol geschreven, Nel.
Mooi hoe het verhaal zichzelf schreef. Soms moet iets blijkbaar verteld worden.
Nel wat mooi, de rillingen gaan over mijn rug, hoop dat het niet waar is!
@Nel, mooi, en ook de wending erin!
Niceway, Simone, Marie, Lisette,
Dank voor jullie positieve reacties.
(Marie, gelukkig is dit verhaal fictie)
Dat slot tilt het verhaal naar een ander niveau en roept verdriet op over vergankelijkheid, maar het is ook troostend