Jozef de timmerman was helemaal idolaat van houten beelden. Zijn vrouw, of beter gezegd vriendin, had hij al in tig poses gebeeldhouwd. En toch. Hij wist haar niet echt treffend te raken. Of is het rakend te treffen?
Dat vond Maria zelf ook. Ze nam Jozef echter niets kwalijk. Zijn idolatrie van houtsnijkunst had wel ernstige uitwassen gekend, maar toch waren ze het altijd eens geworden. Zo ook nu.
‘Als je me nu eens wat meer hout daar op borsthoogte geeft Jozef, zou dan mijn houding beter uiitkomen, wat meer naar voren?’
‘Goed plan Marie, maar ik kan er geen hout bijtoveren.’
‘Dat begrijp ik Jozef, maar misschien kun je wat wegschrapen bij mijn dijen?’
‘Goed plan, doe ik Marie!’

Welk woord ben ik vergeten? ?