Je kunt het overal krijgen. Echt waar. Jeuk. Overal. Maar de ergste jeuk is toch wel de kruisjeuk. Die slaat het hevigst bij het spelen van spelletjes. Boter, kaas en eieren.
Maar niet voordat er eerst een lange wandeling aan vooraf is gegaan. In het diepe zuiden van Nederland. In de hak zogezegd. Nee, niet van bella Italia. Hoewel, ook daar weten ze er weg mee. Met kruisen die jeuk veroorzaken.
Zonder kruisen kunnen we daarentegen niet. Ze wijsen namelijk de weg. Gelukkig maar. In heuvelachtige weilanden en op holle wegen zijn ze wel zo handig. Kruisen kruisen je pad, daar waar nodig. Edoch, als het er teveel zijn. Dan gaat het jeuken. Dan wordt het kruisen echt een kruisweg.

Mien. mijn ogen kruisen zich van dit stukje vol met kruizen en kruisen. De zuiderling doet het met s, ik vind z leuker.
Beide schrijfwijzen zijn goed. Maar laten we eerlijk zijn. Kuizen dat is toch geen woord. Ik ga voor de ‘s’. ?
In de werkwoordvorm wordt het nog een ander verhaal. Dan valt de ‘z’ al helemaal door de mand. Zzzzzzz…
Mien, je gaat weer lekker los. De lach is er weer hier! Hartje.
Van kruisweg naar kruis weg en daarmee is dan ook de kruisjeuk weg, lijkt mij.
Lekker gek, Mien. Van de hak op de tak, maar toch een geheel.
@Ewald: Laat het Jacques Schreurs en Erik Odekerke niet horen.
Hahaha, wat een verhaal weer, Mien!
En een nieuw woord: kruisjeuk. 🙂
Gek, maar geheid.