Hij staat voor me.
Kijkt me aan met trieste ogen.
Zijn blik gaat naar zijn handen.
Links een stuk zeep en rechts een tandenborstel.
Afzakkende pyjamabroek.
Hij sloft weg.
Kijkt om.
Dan.
Woedend ineens gooit hij zeep en tandenborstel naar haar toe.
Naar de vrouw die zijn dochter is.
Mijn moeder.
Mijn moeder kijkt hem aan.
Probeert hem te troosten.
Hij is niet meer degene met wie ze trouwde.
Met wie ze een kind heeft, dat wel.
Maar hij herkent het kind niet meer.
Ook de vrouw kent hij niet.
Het leven heeft hem veel gegeven.
Veel ontnomen.
Dat ook.
Hij gaat zitten, wiegt met zijn lichaam.
Mompelt woorden uit een ver verleden: “ Infantiel, fragiel, debiel, fossiel, ductiel, profiel, subtiel.”

Erg mooi gevonden! Vrouw die zijn dochter is….met wij hij trouwde… dat stukje snap ik niet maar misschien geeft dat juist zijn verwarring aan? of de mijne?
Totale verwarring Arjan. Bij dementie lopen immers de generaties dooe elkaar? Mijn moeder was dement. (Heeft niets met dit stukje te maken hoor) zij dacht dat haar jongste zoon haar man was. Maar misschien heb ik het te verwarrend neergepend?
Ok, nee niet te verwarrend. Juist wel heel mooi gevonden!
Erg mooi geschreven, ook qua vorm.
Bijzonder stukje en goed gevonden. De verwarring ook in generaties versterkt het geheel. En om dan te eindigen in schoonheid op zijn Kamagurka’s. Ik hoor Bob van Bertje al die woorden al uithoesten. Humor en ernst gaan dan hand in hand.
https://pbs.twimg.com/media/BLYMSTfCIAIHJ9V.jpg
Heel mooi weergegeven
Hoi Emjee, geweldig mooi weergegeven! <3