“Wat zit er eigenlijk in jouw hoofd? Wat zit je me weer dom aan te kijken!”
Haar gedachten zijn allang naar ergens anders gevlucht. Haar lijf wacht op de tik die volgt.
Wat zou ze graag aan de andere kant van de muur willen zijn, buiten in het gras, in de stad of waar dan ook.
Maar ze zou ook in haar hoofd willen kijken om te zien of daar wel iets in zit, volgens papa zitten daar in ieder geval geen hersens in.
Als ze hem zou durven zeggen wat volgens haar de inboedel van haar bovenkamer is, zou hij haar waarschijnlijk op laten nemen in een gesticht of zo.
Wie heeft er nu een mierenhoop in zijn hoofd?


Geweldig.
@KarinMartina: wat verdrietig, en mooi beschreven!
Rillingen krijg ik ervan… Vanuit het heden een knuffel naar het kleine meisje van toen… En alle kleine meisjes van nu. Die mierenhoop ken ik…
Overigens bedoel ik met geweldig, dat het zo weergaloos goed is beschreven.
@KarinMartina. Indrukwekkend geschreven.
Toch wat opmerkingen:
Maar ze zou ook in haar hoofd willen kijken om te zien of er iets in haar hoofd zit – Maar ze zou ook in haar hoofd willen kijken om te zien of er iets in zit. Hiermee vermijd je twee keer hoofd.
Je schrijft in de derde persoon (ze), dan past ‘haar vader’ beter dan ‘papa’.
op laten nemen een een gesticht – op laten nemen in een gesticht
Dank jullie wel voor de reacties, wordt heel erg gewaardeerd!
@Han Maas: ik heb bewust voor ‘papa’ gekozen, omdat kinderen trouw zijn aan ouders. Andere suggesties ga ik doorvoeren.
@KarinMartina. Prima!