Heimwee heeft hij: naar de zee, de golven, de zilte geur en het weidse uitzicht. Het verlangen doet lichamelijk pijn; soms zodanig dat die andere pijn wordt overstemd. Vanuit zijn bed kijkt hij naar buiten: een weiland met koeien omringd door bomen en smalle sloten.
‘Kom, drink een beetje bouillon,’ hoort hij zijn vrouw zeggen.
‘Ik heb geen honger en dorst meer, laat me maar. Geef me liever een pijnstiller.’
Nooit heeft hij kunnen aarden aan wal, maar nu heeft hij geen keuze meer. De Eeuwige Jachtvelden zullen zijn eindbestemming zijn. Onvoorstelbaar en onverdraaglijk. Dan liever de zee van vergetelheid, het grote Niets. Hij zakt langzaam weg.
Zijn laatste woorden mompelt hij bijna onverstaanbaar:
‘Eeuwige Yahtzee, ontferm u over mij.’


@Nel, wat een mooie, verdrietige sfeer roep je op.
@Nel: zo’n triest verglijden, zo veel in weinig woorden
Om stil van te worden.
Als de dood je inhaalt, mooi met lichte toets geschreven!
Dank je wel voor jullie mooie reacties. Lisette, Levja en Berdien.
Heel mooi, Nel!
Dank je, Irma!
Het wordt bijna een cliche, maar herkenbaar als een Goudriaan! De sfeer…
Leuk om te horen, Ewald’