Raak me niet aan, niet zoals zij dat kon doen, alsjeblieft?
Een achteloos strelende hand langs mijn schouder brengt een herinnering aan een kus in de regen. Maar hoe kan jij dat weten? Wat transformeert een veredelde schouderklop in het voorbijgaan tot een kleine verwijding van mijn bewustzijn? Het vat nitroglycerine beweegt niet, maar van de bodem stijgt in alle stilte een bel lucht omhoog. Ik haal een gezicht naar voren, gebrand op mijn netvlies van het verleden en het schuurt langs het beeld van de werkelijkheid: jouw lachende gezicht met een kop koffie.
De rest van de ochtend doe ik quasi nonchalant, potsierlijk mijn ding: en voel me eenzaam. Maar liever eenzaam dan nog een bubbel in het vat.

Lijmstok: wat een mooie beeldspraak.
Mooi!
Gevoelig.