Ze rijden op paarden van wolken, door troosteloze kou, als vogels niet meer zingen. Ze komen in het duister, gewoonlijk op de vierde dag, wanneer de laatste man gestorven is en wanneer het overgebleven licht spaarzaam als een rookpluim over de aarde glijdt.
Geschiedenisboeken spreken van Walkuren, en zij worden voorgesteld als godinnen die de doden van het slagveld afvoeren naar een of ander walhalla.
Bloedmooi en immer verkeerdelijk begrepen zijn zij, daar zorgt hun geslacht wel voor… Zij voeren niemand af. Pervers zijn ze zeker wel. Ze vinden altijd wel een dode man met wat bruikbaar zaad in zijn kan. Geen pracht en praal, geen kabaal, geen aankondiging voor deze herauten van het nieuw begin. Negen maanden later daarentegen…


@Hadeke: om helemaal rond te gaan. 🙂
Nele: Liederlijk poëtisch, heerlijk verhaal.
Heel mooi stukje. Sluit me aan bij de reactie van Nele.
Verkeerderlijk zou ik vervangen door een ander woord of zelfs weglaten. Het woord wordt hier imho niet goed gebruikt. Wat is er abusievelijk, per abuis of onterecht?
De reactie van Berdien bedoel ik natuurlijk.
@Mien: ik wou gewoon zeggen dat zij verkeerd begrepen worden, opzettelijk of onopzettelijk. (Daarom dat ik het maar zo laat.)
En daarom dat de cyclus zich steeds opnieuw herhaalt, met een soort eindpunt dat Hadeke heeft geschetst in het eerste stukje van de week. (Zoiets.)
Voor mij hoopgevend dat het beginpunt toch goddelijk is geweest, welke evolutietheorie dan ook. En ja, de Walkuren; van strijdgodinnen tot heksen en tot slot schone maagden. Op naar het poollicht? Bravo voor dit stuk @Nele
Ja. Rond.Van eindpunt tot beginpunt 🙂