Deze week heb ik een logeerhond. Door haar pluizige beertjesuiterlijk lijkt ze nog een pup. Schijn bedriegt. Op onze wandelingen door het Vondelpark raak ik geboeid door de gezichtsuitdrukkingen van tegenliggers. Ze glimlachen het hondje vertederd toe en buigen hun gezicht naar haar toe. Ze trekken hun wenkbrauwen zo hoog mogelijk op en een enkeling gaat onmiddellijk voor haar op de hurken. Het hondje kijkt ze onverschillig aan en hobbelt zo snel als haar kleine pootjes haar dragen kunnen onverschrokken door.
Bij een afgedwongen oversteek op een zebrapad geeft de diva aan wandelen de brui. Ze vleit zich in het midden neer als wollig schapenvacht. De wachtende taxichauffeur slingert ons zijn ongeduld toe: ‘Hé, dooie kut! Dóórlopen met dat befbeest.’


Ik heb vroeger ook nog in het Vondelpark gewandeld, maar dan met de kinderwagen. Eerst met één toen met twee kinderen.
Ik woonde in de Marnixstraat en moest van de kinderzorg alle dagen gaan wandelen.
Situatie: twee trappen af met de kinderwagenbak, twee trappen op, twee trappen af met de wielen en matrasje ed, twee trappen op, twee trappen af met baby,twee trappen op, twee trappen af met kleuter. Stress of de bay niet gekidnapt zou worden. Thuisgekomen alles in tegengestelde richting. Resultaat: moeder zo mager als een lat. En bek-af Geef mij nu maar een hondje/puppy. 🙂
Het geeft mij een zogenaamd déjà vu.
Dit is een erg leuk verhaal, en daarom een hartje, maar dat een taxichauffeur zijn ongeduld toeslingert aan een voorbijganger… dan sleep je het weekthema er met de haren bij.
@Irma van den Does; meen je dat nou? Dat iemand je een scheldwoord toeslingert is voor mij helemaal niet vergezicht. En door die scheldpartij geeft hij blijk van zijn ongeduld.
Hoi Simone, prachtig verhaal, typisch Amsterdams, die taxichauffeur. Die slingeren je altijd wel iets naar je hoofd, in de veronderstelling dat zij patent hebben op Amsterdamse humor. <3