John Lachende Stier (zijn naam is vertaald) hakte een boom om en sneed bekwaam figuren uit de stam.
Arendskoppen, vliegende zalmen, een beer, ze waren herkenbaar.
Uiteraard kwamen er volop toeristen voor hun Authentieke Beleving naar het reservaat om de totempaal te bekijken die sprak van overoude tradities die, de Grote Geest zij geprezen, nog leefden.
Bezichtiging kostte uiteraard wat dollars, die John de gelegenheid gaven zijn ware hobby uit te leven. Maar dat gebeurde ’s avonds, als de toeristen weg waren, en ’s ochtends kon hij weer spreken over de Eenheid met de Natuur en de Liefde voor Moeder Aarde.
Helaas voor John had hij niet goed toegehakt.
Op een dag verscheen een vers groen takje uit de paal.


Helemaal snappen doe ik het niet, maar dat ligt echt aan mij. Ik vind het wel mooi.
Ik heb de schrijver geïnterviewd; hij meldde me dat de titel een toespeling is op het Latijnse: Mundus vult decipi, decipiatur ergo. Dit ivm de gedachte dat oorspronkelijken ook maar mensen zijn.
Het groene takje intrigeert, het bedrog eveneens maar ook ik begrijp het niet. Dat frustreert. Een tipje van de sluier?
over de nachtzijde van John die me toch nog wat duister blijft