Met ingehouden snikken lag ze daar. Op iets dat een trottoir was geweest, ooit met zorg aangelegd rondom het internationale Hotel Can.
Bij de opening had er een rode loper gelegen en waren stijlvol geklede heren gearmd met dames in de mooiste jurken naar binnen geschreden. Als jongste bediende vormde zij met de andere kamermeisjes een erehaag voor de notabelen. Melkwitte mevrouwen wierpen vertederende blikken op de jonge meisjes.
Dat was vijftig jaar geleden.
Het hotel werd haar leven. Collega’s werden vriendinnen.
Om redenen, die haar een raadsel waren, droogde de toeristenstroom op. Haar spaargeld verdampte en vriendinnen verdwenen. Met dorst en honger als haar enige gezelschap vond ze troost bij de lijmtube.
Ze snoof en vluchtte in zoete herinneringen.


Ik vlieg met je mee, Alice…
Een stukje vol weemoed.
Mooi neergezet, Alice.
Heel mooi de weemoed beschreven Alice.
Dank jullie wel, Ewald, Nel en Levja. Goed om te lezen. ?
mooi nostalgisch stukje.
Bedankt José.