Zijn vingers volgden de lange ketting naar het eenvoudige glaasje dat hij zorgvuldig in de borstzak van zijn tweedehands jasje had opgeborgen. Hij klopte op zijn borst en zag zich weer als kleine jongen op schoot bij opa met drie ogen. Met ingehouden adem keek hij naar hem op, stilletjes terwijl hij voelde hoe opa hem steeds per ongeluk tussen zijn benen aanraakte. Knipogend loensde hij naar hem door de monocle, zijn zogenaamde onschuld vergrotend.
Hij haalde het glaasje uit zijn zak. Zou hij ooit kunnen kijken door de ogen van zijn opa? Stil keek hij door de vieze vingers die op het glaasje gedrukt stonden, net zoals hij leefde door de vieze vingers die op zijn lichaam waren gebrand.


Beste LindaBlij,
’t Is wat met die ‘brave’ opa’s! What once where vices are now habits, en zoiets geldt natuurlijk ook omgekeerd.
Triest, maar goed geschreven!
Met vriendelijke groet + hartje,
Chris
Zelfs met goed geschreven woorden krijgen we de afdruk van vieze vingers nooit weg.
lugubere opa
We hebben ze niet voor het kiezen, de opa’s
Arm jochie, met zo’n opa. <3