Voor de term “citytrip” uitgevonden werd, plande ik eens enkelen dagen Amsterdam. (“Citytrip” vindt in die context trouwens haar oorsprong.) Vele ochtenden met plaatselijk natte lakens later stapte ik op de trein. Gespeeld doelloos doorkruiste ik dag en nacht de stad. Teleurgesteld en eenzaam zocht ik de derde avond mijn kamertje op. Tranen vermengden zich met douchewater. Het bed troostte mijn zelfmedelijden.
Plots telefoneerde de receptioniste: bezoek! Waarna uit ramen, deuren, kasten en zelfs de kluis een ware invasie kroop.
Ze waren er allemaal: van Ammelrooy, van de Ven, Kristel, Bouwman (euh nee, die niet), Paay, List,…
Het werd een nacht die je zelfs in films niet ziet.
Gisteren belde Paay nog: “Ben ik toen bij jou mijn jeugdigheid vergeten?”

Tjonge, hoe verzin je het? Haha, hartje.
Kleine opmerking, als het mag: van Ammelrooy, van de Ven. Zonder initiaal of voornaam schrijf je ‘van’ met een hoofdletter: ‘Van’.
Bedankt Han, dat wist ik niet. (Natuurlijk mag zo’n opmerking, weer iets bijgeleerd, dus…)
Ach, je moet het maar weten.
Tjonge, buitenboek. Jij hebt wat om op terug te kijken! ☺
Lief Buitenboek,
Vandaag las ik een poëtisch verhaaltje over “meidenavond”.
De enige die mij bekend voorkwam was Liesbeth…..
Je maakt wat mee … Leuk stukje.