Even verderop staat zijn auto. Hij is thuis.
“Jij bent mijn slager,” zei hij wel eens.
Wat haatte ik die woordgrapjes. Vragen om een glimlach, maar tegelijkertijd de druk opvoeren: je moest alles worden wat hij niet was.
Erger nog: hij verborg zich erachter. Elke poging om tot hem door te dringen, ketste af op dat pantser van luchtigheid.
En nu moet ik hem vertellen dat het met mijn carrière gedaan is. En dat ik hem nooit kleinkinderen zal geven.
Waarom voelt dat zo als falen? Terwijl het compleet buiten mijn macht ligt.
Als hij vanavond maar, voor eenmaal, laat zien dat hij een mens is.
Ik doe mijn ogen dicht en haal diep adem. Dan open ik het portier.

@Gijs: in weinig woorden veel stil leed verweven. “Geslaagd” stukje.
Aangrijpend stukje, Gijs
Ik begrijp nu opeens het grapje over de slager. Blijkbaar zat ik in een trage modus. Ha ha!
Het trauma van de zoon. Aangrijpend. <3
Beste Gijs,
Het themawoord er een beetje bijgesleept.
Voor de rest een mooie schets.
Gr. + <3,
Chris
@Levja, @Nel, @Marlies: dank jullie wel.
@C.P.: dank je wel.
Ik kan je niet helemaal ongelijk geven betr. je opmerking over het themawoord.
Ter verdediging: al associërend vanaf ‘slager’ is dit verhaal ontstaan; zonder dat themawoord was het er nooit geweest.
Groet
mooi Gijs, alleen de clou van dan opent hij het portier laat me met een vraagteken zitten, sluit aan op de beginzin, maar het moet dan toch om de auto van de zoon gaan?
@José: ja. Zoon is naar huis van vader toe gereden en zit nog in zijn auto moed te verzamelen om de confrontatie met hem aan te gaan.
(120 woorden is wel erg kort)