Het karrenspoor dat slingert mij terug naar bies en klei
daar is mijn kiem ontsproten tussen grienden, sluis en wei
ik groeide aardig hard en ben helaas niet blijven Hangen
want knotten is voor Knusterooiers die naar leut verlangen.
Ik ben een wilde wilg en die groeit een eigen weg
dus zij die blijven Hangen lachen vaak om wat ik zeg
wel maken ze mij vrolijk in een gek en kleurig pak
ze knopen vaak een lange serpentine aan mijn tak.
Knusterooiers werken hard en leven van de grienden
als wilgen in een rijtje, polonaise met je vrienden
het karrenspoor dat brengt de wilde wilg waar het hoort
mijn stugge bast die heeft de Knust al in de kiem gesmoord.


Hier heb ik geprobeerd een rijm te schrijven over de Meerdijk ( Ossemeer, Oss ) en het onderwerp van deze week: “Kiem”. Het bracht me in ieder geval heel ergens anders in Brabant.
Back to your roots I assume, Brother VmetdeVork 😉
Broeder Rolo
Je eerste zin neemt me gelijk mee. Wel blijf ik hangen bij de hoofdletter(s) van Hangen. Misschien mis ik hier wat?
Loopt lekker en een nostalgisch sfeertje, VmetdeVork 🙂
Broeders en Zusters,
Bedankt voor de reacties. Hank is een woonplaats en komt waarschijnlijk van Vissers die daar hun netten vaak te drogen “Hingen” toen was dat “Hangen”. Soldaten zijn er blijven Hangen. Er zijn volgens mij heel veel mensen blijven Hangen want er is een heel dorp gebouwd en nu verhuizen mensen zelfs naar dat dorp om er te blijven Hangen.
Ik zag “Hangen” in de context van dit gedicht, naast knotwilg en wilde wilg, als “treurwilg”. Die hangen ook.
Misschien heb ik iets teveel fantasie 🙂
Zuster Katie,
Fantasie mijn beste Katie hebben we te weinig, anders was het overal wat geiniger en veilig!