Weer dacht hij aan Babettes lekkere champignons met bonzen en biefstuk en hoe ze konkelefoesden en viezelefoosden, toen ze nog zijn skiksie was. Maar ineens had ze aangepapt met die geinponum voor hem.
“Het was een ongeluk,” bracht geinponum uit.
“Bek houwe, hufter.” Hij porde het mes harder tegen de rechtopstaande kraag, vlak naast geinponums adamsappel en nam een teug van zijn uilezeik.
“Ik kon er niets aan doen,” zei geinponum hees, zijn handen omhooghoudend. “Het wiel ging lek, de weg was glad …”
“Krijg de pleuris, eikel.” Hij zoop zijn blik leeg, waarop de wereld wazig werd. Struikelend over zijn voeten viel hij naar voren en merkte niet hoe het mes moeiteloos overal doorheen drong. Hij had het vanmorgen geslepen.


Beste Esther, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie