De nacht is mijn ergste vijand. Al vijf volle uren lig ik wakker. In het grote bed, helemaal alleen. Ik draai en ik woel. De lakens losgetrokken.
Mijn gedachten worden steeds duisterder. Ik wil ze stoppen. Wrijf met mijn klamme vingertoppen over mijn bonkende slapen. Benen die trillen. Misselijk van de spanning. Zweet parelt over mijn gezicht. Tegelijkertijd ril ik van de kou. Angsten grijpen me naar de keel. Gevoel dat ik stik. Hap naar adem. De dood zit op mijn hielen. De paniek overspoelt me. Ik wil nog niet sterven!
De dageraad breekt aan. De monsters verstoppen zich in donkere hoeken en gaten. Maar dat is voor even. Komende nacht zullen ze terugkomen en zich weer aan mij vergrijpen.


Martine, huh nare nachten zo, mooi weergegeven!
Mooi van triestheid
Wat een intens stuk. Brr.
Bedankt Marie, Levja en Inge, welterusten voor straks 😉
Intens tragisch, mooi beschreven.
Als het gaat spoken in je hoofd worden zoete dromen nactmerries
Bedankt Marlies. Mooi verwoord José, dank je wel. 🙂