Mara stak haar zoon dood omdat hij appelstroop op de gordijnen had gemorst. Hij bleek veel bloed te kunnen verliezen voor een driejarige. Gelukkig dweilde Mara graag. Het mes gooide ze in de kliko van de buurman.
Een dag later belde ze haar ex-man. Hij vond zichzelf echte penoze. Mara vond dat een vreemde naam voor een pennenlikker – enkel balpennen.
Haar ex was geschrokken maar wilde helpen. ‘Dingen gaan weleens zo,’ zei hij.
Diezelfde dag ruimde hij hun zoon op. ‘Kassiewijle,’ zei Mara toen hij het lijk wegsleepte. Hij keek haar aan alsof ze een tijger baarde.
’s Avonds trok een man met een bivakmuts Mara van de bank. Hij morste bloed op de gordijnen maar niemand stak hem neer.

Bizar.