Ik kan me nauwelijks meer staande houden. Mijn gevoel zegt dat ik de wals te lang heb door gedanst. Mijn imaginaire partner ligt vermoedelijk ergens languit in de zaal. Ik word van bak- naar stuurboord geslingerd. Er moet minstens een storm met windkracht twaalf woeden. Flarden muziek in drie kwarts maat janken langs de stagen. Onophoudelijk beuken brekers tegen de brug. In een poging enige stabiliteit in mijn gestel te krijgen knijp ik mijn ogen stijf dicht. De fronsspieren in mijn voorhoofd verkrampen en een stekende koppijn is het resultaat. Ik val in slaap en als ik voor de eerste keer wakker wordt is de storm in mijn hoofd gaan liggen en hangt de slinger van de clinometer weer stil.

het woord clinometer kende ik nog niet, het lijkt dansen op de Titanic