“Weet u waar de pannenkoekenmix staat?”
“Bij het brood, meneer”
“Daar heb ik al gekeken, maar ik zie niks.”
De medewerkster van de supermarkt zucht zachtjes.
“Ik loop wel even met u mee.”
Ik loop achter ze aan. Moet toch brood hebben, en ik ben benieuwd hoe dit afloopt.
“Nee, u heeft gelijk. Sorry, dan hebben we het niet meer.”
De man kijkt ongemakkelijk. Ik besluit hem te helpen.
“Meneer, u wilt pannenkoeken bakken?”
Hij kijkt me verbaasd aan. “Eh, ja. Maar de mix is op.”
“Geeft niks”, zeg ik “Als u bloem, melk, boter en eieren heeft, kunt u het ook zelf maken. Nog lekkerder ook!”
De man kijkt me strak aan.
“Ja. Okee. Ik koop wel een pizza!”

Leuk, de gemakzuchtige mens 🙂 En de behulpzame mens dus. Ik moest ‘m wel twee keer lezen voor ik de 3 personen overzag.
Het drong bij mij ook niet meteen door dat er drie personen waren. Leuk stukje.
Hi, dank voor de reacties. Ja, nu ik het nogmaals nalees zie ik ook dat het ietwat onduidelijk over kan komen. Helaas heb ik niet de rechten om posts naderhand nog aan te passen. Moet je daarvoor meer hebben geschreven, of is het iets anders?
Dag Leon,
Bij mij kwam die wel meteen binnen. Ik vind het een aangenaam leesbaar stukje 120 woorden.
Dit klopt niet: “Ik loop achter ze aan”. Ik zie geen 3 personen. Het perspectief klopt niet, of ik ben dom. Leg uit.
@Peter Mabelus:
Het is geschreven vanuit mijn eigen perspectief; ik zie twee mensen een gesprek voeren, waar ik me mee bemoei.
Maar ook gezien het andere commentaar was die niet (voor iedereen) direct duidelijk.
Toch bedankt voor de reactie!
Ik moest ook een keertje extra lezen om de derde persoon te zien. Achteraf bekeken was ik misschien niet aandachtig genoeg maar ik heb wel oprecht gelachen. leuk !