De huisarts luistert aandachtig, en zegt dan bemoedigend: “Nee hoor, mevrouw, ik hoor helemaal niets bijzonders.” De stethoscoop wordt opgeborgen, en het consult afgehandeld.
Buiten twijfelt ze of ze meteen haar lief zal bellen, omdat alles goed is met haar hart. Ze doet het niet. Traag fietst ze terug naar huis.
Natuurlijk is het fijn dat de ritmestoornis niet teruggekeerd is, en ze weer aan de pillen zou moeten. Ze voelt zich ook een beetje een zeurpiet. Er is niks gevonden, toch?
Maar van binnen voelt ze haar gelijk: haar hart is van slag. Er zijn veel emoties in haar leven de laatste tijd. En zij kan zichzelf niet goed afschermen.
Haar medicijn is het zoeken naar haar eigen ritme.

Recente reacties