Met kleine schepjes lopen ze over het strand. De taakstraf die ze hadden gekregen was nog niet zo verkeerd. Een strand schoonmaken in de blakende zon was beter dan garenrolletjes opdraaien in een donker hol.
“Als jij nu de zeezijde doet, doe ik de strandzijde.”
“Ja, en dan draaien we telkens na 100 meter om.”
Zo gezegd, zo gedaan. De broertjes Meeuw vulden elkaar naadloos aan. Totdat ze een grote bult op het strand zagen. Die lag precies in het midden. Twee grote voeten staken uit de bult en een rietje.
“Daar begin ik niet aan!”
“Ik ook niet””
Ze legden hun oor nog even te luister boven het rietje en trokken het vervolgens los.
Heel even bewogen de voeten.

Mooi. Laat veel ruimte voor eigen invulling.
Grappig!