’t IJ van ons Amsterdam, het ei van Colombus, ’t weifelt, eifelt en verwijft in weiden vol kippen en eieren tot in de kippenren. Zo tanden kiezen en schipperen tochten tot kaken toe. Morgen mogen gisteren en eergisteren gisten. Wij kerktoren prachten stappen, een gehucht afstand weilanden in koeien en koeioneren.
De Overhemd Glad Strijkengracht golft over kade en meerpalen, nog meer palen. De Rijwielgracht in fietsen doorkruist de Autogracht tezelfder krocht.
Op nummer honderdzeventien van de Greep Naar ’t Zuchtgracht oprecht de oppositie in tegenstelling tot hun buren. ’t Kracht en dracht daar, zo onecht nummer honderdnegentien zichzelf. De regering vracht en plicht: ‘Mag ’t?’
’t Opbrengst onderricht, zoals ons aller gedrocht opdracht.
Vier dichtbije levenden geleden twijfelt niet.

Dag C.P.,
Ik had al een tijdje een VmetdeVork-verhalen-zwak opgebouwd hier op 120w. Maar nu heb ik op een hele andere manier ook een C.P. zwak bij.
Het lukt me nooit om je vlekkeloos te lezen. Vaak irriteert het me eerst. Ik struikel over alle zinnen. Maar vervolgens moet ik het van mezelf vaker lezen. En bijna zonder uitzondering wordt het dan toch soepel en vind ik het goed.
Deze ook weer.
Beste Annemieke,
Wat ik tijdens het schrijven ontdek, ontdek jij tijdens het lezen.
Dit keer de ‘omwaardering’ onvervoegd werkwoord/zelfstandig naamwoord. Op de omvang van 120w is dat net genoeg.
Bedankt voor je reactie,
Chris