Laatstverlopen week was mijn hoofd een zeef. Een zijg met duchtige gaten. Een filter met te grote mazen. Het prikbord in de keuken zag er uit als een platgereden egel die door een stortvloed aan agendapunten was aangevallen. Niets bleef plakken. De enige constante was constant vergeten en het doorlopend doorzeefd zijn met heftige emoties.
Toch raapte ik mezelf bijeen en fietste zaterdag naar de Maas. Om op festival Oeverloos voor te lezen uit mijn boek. Het publiek zat nietsvermoedend gevangen tegen een natuurlijk talud. Als presentatietechniek besloot ik mijn gemoedstoestand van de afgelopen week in te zetten. Ik heb ze letterlijk met de woorden uit de autobiografie gegeseld en genadeloos om de oren geslagen.
Mijn levensverhaal kwam snoeihard aan!


Een leuke vorm en vooral een mooi begin. Als geheel vind ik het stukje toch wat onsamenhangend overkomen. Concreet; ik zag het verband niet zo tussen die autobiografie en het voorafgaande, met name vóór de witregel.
Broeder Rollo,
(Platgereden egel! hoe kom je erop, en er weer af.)
Wat hebben we gelachen op het podium aan de Maas.
Begin eens met twee glazen en eindig als een dwaas.
Mijn buurvrouw houdt van lezen en houdt ook wel van taal.
“Part of the deal.” Vond ze echt een goed verhaal.
VmetdeVorK.