Ze staat ontspannen voor de klas. Het voelt als een droom die waarheid is geworden. Lesgeven is geweldig, de collega’s zijn aardig en inspirerend en de leerlingen kunnen haar niet moeilijk genoeg zijn. Hoe meer problemen, hoe leuker zij het vindt.
Ze is als vrijwilliger binnengekomen met de vraag of ze mocht meekijken. Zou ze het wat vinden om bij een MBO les te geven? Ze had geen echt vak, maar wilde zien of ze haar begeleidingsvaardigheden bij deze groep kwijt zou kunnen.
Tegelijk startte ze een opleiding om docent te worden, haar werkervaring meenemend.
Het is nu al bijna alsof ze nooit anders heeft gedaan.
Haar overleden moeder is trots, maar helaas onzichtbaar aanwezig in alles wat ze doet.

Wat de boodschap betreft is dit een bijzonder sympathiek en idealistisch stukje. Maar als proza binnen 120 woorden kan het mij eerlijk gezegd niet overtuigen.
Of je het nu leuk vindt of niet, bij schrijven gaat het nooit alleen om de inhoud, maar óók om de vorm waarin je die giet.
Oei, nu ik mijn commentaar van gisteravond herlees, vind ik het wel erg eenzijdig. Taalkundig is er al vast niets mis met de vorm waarin je het giet. Daar doelde ik dus zeker niet op. Wat ik wel bedoelde is dat het op mij toch vooral als een boodschap overkomt en niet als een verhaal. En nee, daar is natuurlijk niets mis mee. Dat blijft ook gewoon een kwestie van smaak.
Ha Hay, jouw mening is jouw goede recht, hoor. En ik snap het ook wel, het is ook meer een trots pamflet, dat ik deze keer doorgestuurd heb naar mijn vrienden.
Lisette