Een vlak van acht bij acht tegels heb ik in gedachten omgevormd tot schaakbord. De afwisseling tussen zwart en wit zie ik voor me. Ik zit hier lang genoeg om waan en werkelijkheid door elkaar heen te laten lopen.
De pion rukt op tot de laatste lijn. Ik ben de honger voorbij. De krampen waren het ergst. Ze noemen me Dr. B., ook zij lezen boeken. Schaaknovelle.
‘Hier eten.’
Elke dag een maaltijd. Antwoorden lukt me niet meer. Onaangeroerd wordt het weggehaald.
‘Je staat machteloos,’ zeiden ze. ‘Je bent je dame allang kwijt.’
De pion schuift door. Nu geen damewissel, maar een toren. Geen patstelling, maar winst. Mijn bewakers zijn al dagen onrustig.
De deur opent.
‘Eet. Je wordt vrijgelaten.’


Doet me denken aan een vakantieschaakpartij in een Oostenrijks dorpscafé met een Joegoslaaf (zo heette dat rond 1970 nog). Na elke succesvolle zet trakteerden zijn medegastarbeiders, die in een kring om ons heen stonden, mij op een tot de rand gevulde slivovic. Ver na middernacht won ik de strijd, maar het was wel een Pyrrhus-overwinning. ’s Morgens kon ik de hele tent schoon gaan maken. 😉
<3