Meneer Elft zwom glinsterend en groot voorbij. ‘En verveel je je al?’ zei hij tegen Zeepok.
‘Niets te klagen’, antwoordde Zeepok. ‘Noem het primitief, maar ik geniet van mijn rust en symmetrie.’
‘Altijd zit je maar stil’, zei Elft, flink klapperend met zijn kieuwen. ‘En nooit zag je bijvoorbeeld een gier of mammoetboom.’
‘Ik heb geen ogen’, zei Zeepok.
‘Zo treurig’, besloot Elft.
‘Zou u even aan de kant kunnen gaan?’ zei Zeepok.
‘U gaat er vandoor?’ grapte Elft.
‘Nee, u zit mijn penis in de weg.’
Vervolgens ontrolde hij zijn transparante roede, die vele malen langer was dan zijn kegelvormige huisje.
‘Buurvrouw, bent u thuis?’ zei Zeepok, terwijl hij zachtjes klopte op haar voordeur. Elft dreef ondertussen zwijgend af.


Beste P. van Slingelande,
Een prachtig zeewaardig sprookje met bescheiden en daaromzo effectieve ironische toets.
Prettig zoölogisch!
Met veel plezier gelezen, vandaar hartje.
Chris
Leuk.
Kan me niet meteen een Elft voorstellen, maar dat geeft niet.
Prachtige onderwaterdialoog met een triest randje. <3
Wel jammer van al die (tenminste voor mij) storende witregels.
Dag P.
Alleen al omdat Zeepok zegt: Noem het primitief, maar ik geniet van mijn rust en symmetrie.
Vind ik dit een geweldig stuk.
Een tragikomisch onderwateravontuur.
Groet,
Annemieke