Marina installeerde zich in de tearoom. Ze had besloten zichzelf te trakteren op een kop koffie en een gebakje. Ze schrok toen ze plots haar naam hoorde. Ze keek op en zag Kristina staan.
‘Stoor ik?’
‘Nee, hoor. Het verbaasde me gewoon dat iemand mij opmerkte.’
‘Hoezo? Je bent toch niet onzichtbaar?’ grapte Kristina.
‘Daar ben ik nog niet zo zeker van,’ antwoordde Marina. ‘Thuis krijg ik het gevoel dat ik er enkel ben om alles netjes te houden en kok te spelen, maar appreciatie en respect? Niets. Nul. Nada. Karsten is Oost-Indisch doof als ik iets zeg en Johnny knikt altijd, maar er gebeurt niets van wat hij belooft. Misschien moet ik echt maar eens een paar dagen verdwijnen …’

@Els, een aardig gegeven. Het lijkt voor te komen. Op het laatst blijft Marina wel erg lang aan het woord.
– Misschien moet ik echt maar eens een paar dagen verdwijnen …’
‘
Een verdwaald aanhalingsteken?
Bedankt, Ineke Wolf.
Marina blijft inderdaad lang aan het woord omdat ze in detail wil uitleggen waarom ze het gevoel heeft onzichtbaar te zijn.
Er is geen verdwaald aanhalingsteken, dacht ik? Ik open het voor ’thuis’ en sluit na ‘verdwijnen …’
@Els, onder de laatste zin staat een aanhalingsteken. Dit kan als woord geteld zijn.
Oei, ja nu zie ik het, Ineke. Verkeerde bril op, denk ik. Ik kijk het na en pas het aan. Bedankt 🙂
@Els, het was ook bijna niet te zien 😉
Els Erbraert, wat zullen Karsten en Johnny rond dezelfde tijd bespreken in de pub?
VmetdeVorK.
Dat Marina zaagt, vermoed ik 😉 VmetdeVorK