Konvooi, uit de kooi,
Voorop liep de man met de rammelende sleutelbos. Af en toe keek hij om, om te zien of wij volgden.
Vlak daarachter trippelde de éénogige tweeling hand in hand. De angst om te verdwalen in dit land der blinden viel te lezen op hun gezicht.
De ontdekkingsreiziger in het midden, onzichtbaar dankzij de grote panamahoed. Op de hielen gevolgd door zijn muze, de dromerige dichter. Uitgerukte plukken haar bewaarde ze als uit het nest gevallen vogels in de palm van haar hand.
Ik liep achteraan, zoals altijd. Dat gehijg in mijn nek, daar gruwde ik van. Ieder jaar moesten we eraan geloven: een tripje naar de kermis in de hel en ik was weer de gekkensluiter.


Beste ludieke, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag, bijvoorbeeld op ons schrijversforum. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie