De laatste mijn was gesloten en veel mensen waren weggetrokken, maar de man was gebleven. Ook nadat zijn ouders waren gestorven en zijn broers verhuisd, was hij er blijven wonen. Er was niets voor hem daar. Nieuwe vrienden maakte hij niet. Hij zag gewoon geen aanleiding om te vertrekken. De vrouw was aan komen waaien. Ze bleef nooit lang op één plek. Haar aanwezigheid daar stond los van die van hem, ook al hadden ze het bed gedeeld. Zij zou weer gaan als het haar schikte, maar hij droomde heimelijk van een toekomst daar met haar. Pas als zij hem weer had verlaten zou hij zich afvragen waarom hij bleef. Misschien zou hij vertrekken. Maar dan zou hij altijd terugverlangen.


Heimwee nog voor het ontstaan. Mooi, Bart <3