‘Nou ja!’
‘Wat nou ja.’
‘Kan je niet maken, man! Zo’n titel alleen al.’
‘Want?’
‘Ze nagelen je aan de schandpaal. De halve wereld loopt te demonstreren en jij…’
‘Moest jij niet naar je vriendin?’
‘…gaat overal weer dwars tegenin.’
‘Het is een gekte geworden, schat. Een hype. Hier, die kop in de krant alleen al: “Als je hier niet voor naar buiten komt, waarvoor dan nog wel?” Hoeveel redenen wil je van me horen? Afrika, oorlog, mensenhandel, uitbuiting, discriminatie…’
‘Hou maar op, dat weet ik ook wel. Maar “Charlie Hoezo” kan echt niet. Dat is heiligschennis. Daar kwets je hele volksstammen mee. Dat moet je toch niet willen?
‘Kwetsen? Hoe kom je daar nou bij. Dit is gewoon satire.’


Vooral de laatste zin is treffend.
Dank je, Louise.
Ja, de grens tussen satire en iemand bewust willen kwetsen is inderdaad soms nauwelijks te trekken. Goed stukje.
Dank je, Hay.