Dorien vroeg zich af in hoeverre ze was doorgeslagen met de moestuintjesmanie. Had ze wel groene vingers? Ze spitte en groef dat het een aard had. En wat deed dat stuk roest in haar tuin, precies waar ze winterpenen wilde kweken? Ze sloeg er kwaad op met haar bats.
Door de stank uit het roest deed ze een stap achteruit. Een lek… lekker dan, Lekkerkerk! Het was vast een vat met gif. Haar hersenen aarzelden nog wat te doen, haar lichaam vluchtte reeds, hoestend en proestend.
Toen ze met de brandweer terugkeerde, was haar moestuin geëxplodeerd. Bessenstruiken en broccoli groeiden tot de hemel, slingerende lianen hingen tussen tijmbossen, komkommerplanten woekerden over de grond.
Groene vingers zijn een gift, dacht Dorien.


Het roest is een werkwoordvervoeging. De roest is een zelfstandig naamwoord.
Groene vingers.
Het is haar niet gegund.
@lijmstok: roest kan zowel mannelijk als onzijdig zijn (zie woorden.org).
Leuk verzonnen, maar dan zat er zeker wel mest in het roestende vat?
Grappig stukje, @Jack. Blijkbaar was het gif in het vat een superkunstmest? 🙂
Maar: “Had ze wel groenE vingers?”
Treffend, Jack schrijft zijn versie van Jack and the beanstalk!
Mooie stukje! Hartje!
Chris
Groen is gecorrigeerd.
Leuk stukje, ik zie het helemaal voor me.
Wat is een bats? De online Van Dale maakt me niet wijzer.
Een bats is een soort schop. In mijn Limburgs dialect betekent het achterste. Tot mijn verrassing vindt Van Dale dat ook correct Nederlands.
Ik dacht na die explosie eigenlijk eerder aan een blindganger uit WO-II.
Hoe dan ook een origineel stukje.
Dat gifschandaal in Lekkerkerk dateert al weer uit 1978, grotesk dat de moestuin explodeert!