Zonder waarschuwing staat ze vanmorgen plotsklaps voor me. Ze kijkt me stralend aan, alsof er niets is gebeurd. Ik kijk verwijtend terug. ‘Ben je daar eindelijk weer? Ik dacht dat ik je nooit meer zou zien…’
Stil en groots blijft ze staan. Arrogant. Boven alles en iedereen verheven. De emoties buitelen over elkaar heen; boos, opgelucht, blij. Mijn stem trilt: ‘Kan je me dan in ieder geval zeggen waar je al die tijd was?’
Ze blijft me aankijken. Dan smelt ik. Ik heb haar nooit kunnen weerstaan, altijd een zwak voor haar gehad. ‘Ach, wat… Fijn dat je er bent! Ben je van plan lang te blijven?’
Ook nu krijg ik geen antwoord, de zon hult zich in stralend stilzwijgen.


Recente reacties