Onderaan een trap ben ik terug in de tijd.
Met vader bij de waslijn, knijpers en de zonneschijn.
Tree twee zijn de vlekken en de tranen.
Vader die waarschuwt me meerdere malen.
Tree vier is de rede: “Hee!”
“Die zon brandt ooit door je hoornvlies, oké?”
Tree acht: De laatste keer dat ik het zag.
Het tegenlicht boven het veerhuis die dag.
Tree twaalf daar stopt de tijd.
Een hele zieke veervrouw die me in mijn nek bijt.
Tree zestien: Vlekken, tranen, gillen.
de blaren door een zonnestraal op mijn blote billen.
Tree twintig en boven op een zolder.
Het raampje heb ik dichtgetimmerd dus dan is het donker.
Tegenlicht?
Na die blaren op mijn blote billen…
moet ik zonder.


@Joost ontroerend…