De kerktoren torende hoog boven de stad uit. Ze vroeg zich af of ze in een klap van alle ellende verlost zou zijn of dat ze elke brekende bot en elke uiteenspattende orgaan tot in de detail zou voelen. Of ze elke seconde volledig zou ervaren en zou beseffen dat de pijn van het stervensproces vele malen heviger was dan de pijn die ze wilde ontvluchten.
Nooit zou ze dit uitzicht meer kunnen aanschouwen. Nooit zou ze meer boven alle anderen uit torenen en op hen neerkijken zoals ze op haar hadden neergekeken. Die verlossing zou ze nooit meer ervaren. In plaats daarvan… niets.
De verlossing was hier.
En zo gebeurde het dat de kerktoren voortaan weer een klokkenluider had.


Recente reacties