“Hartstikke verdwaald,” zucht ik: “Geef hier!” Ik gris de kaart uit Karels hand.
“Kijk nou wat je doet!” roept Karel. Te laat.
De kaart scheurt doormidden, dwars door mijn boosheid heen. Het geluid van het losgerukte papier gaat door mijn hele lichaam, zet zich vast in mijn hoofd en slaat mij neer. Onze enige uitweg heb ik vernield.
“We moeten hier weg,” zegt Karel. Er klinkt paniek in zijn stem en we weten allebei waarom. De nacht kan ons op ieder moment inhalen. Als dat gebeurt, zijn we kansloos in dit onherbergzame gebied.
“Het spijt mij,” fluister ik: “Misschien heb je toch de kaart verkeerd vastgehouden. Nu zullen we nooit meer weten of wij in Onderkamer of in Bovenkamer zijn.”


Recente reacties