Ik frons niet eens als ik op de rand van de badkuip een prachtig gekruld schaamhaartje naast het damesscheermesje van mijn vrouw zie. Geen spier. Bewust niets. Zo wil ik het houden en zo zal ik het houden. Immers, ik weet dat het een schaamhaartje van mijn liefste vrouw is. Ik koester de herinnering en sla ze op in mijn hoofd, met tijd, datum, jaargang en al, stuk voor stuk, krul na krul.
En als mijn vrouw en ik ruzie krijgen over opruimen en afwas; u raad het al, dan vliegen de door mij gekoesterde schaamhaartjes verbaal over de keukentafel. Daarna moet ik het weer bijleggen en droog ik haar tranen. En beloof ik haar het nooit weer te doen.


Recente reacties