Suzan pakt twee mesjes van het aanrecht en geeft er één aan Bert. Hij heeft de aardappels veel sneller geschild dan zij, maar dat maakt niet uit. Suzan glimlacht: Bert is helemaal in zijn element in haar rommelige keukentje. Hij glimlacht terug. De schat. Ze ziet hoe hij met een mesje behendig de vieze plekken uit de aardappels wipt.
‘Schat?,’ zegt Bert. ‘Vind jij dat er nog toekomst zit in onze relatie?’
Suzan laat haar aardappelschilmesje op de grond vallen. ‘Ja, hoezo?’
‘Ik heb er lang over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen dat het zo niet langer meer gaat.’
‘Wat niet?’
‘Ons niet.’
Suzan raapt het mesje op en richt het op hem. Bloedend zakt hij in elkaar.


@Lousjekousje, de zin ‘hij begint ineens te praten’ zou wat mij betreft weg kunnen. Misschien kun je die woorden aan het einde nog gebruiken. Ik mis daar nog iets van een clou of uitsmijter.
Ik heb het aangepast en er een einde aan gemaakt.
Jij gaat er echt voor 😉 , leuk!
Beter. 🙂
Brrr… die had ik niet aan zien komen.
Oef, liefde kan wel erg snel omslaan, Bert sneuvelt voor het aanrecht!
Conclusie: niet alleen oppassen met wat je zegt, maar ook waar je het zegt.
Een hartje, ook al eindigt deze liefdesgeschiedenis in mineur. De harde wet van de realiteit.
Nou dat is geen subtiele reactie 😉