“Mag ik binnenkomen?”
Een tweedelig confectiepak met een driestuiversstropdas wacht mijn antwoord niet af en stapt kordaat binnen. Ajax en Boss, sociaal als ze zijn, begroeten de nieuwkomer. Zijn starre blik verraadt een stil verwijt waar honden niet gevoelig voor zijn. Ik verzoek ze dringend het pak met rust te laten.
Ongevraagd veegt hij mijn tafel leeg en kwakt er een lijvig dossier op. Of ik nog ruimte zie om nog meer te bezuinigen.
“Ze krijgen al huismerkvoer! Ik bén al overgestapt op nog goedkopere bocht!”
Zo dien je je land, geef je gehoor aan orders, schiet je gewapende kinderen bij bosjes hartstikke dood en zo ben je paria, een uitkeringstrekker die “ja meneer” zegt tegen een pretentieuze snotneus.
Klootzak.


tagel moet wellicht tafel zijn, vermoed ik.
En tweemaal ‘al’ na mekaar vind ik één teveel.
Een hartje.
Een vervolg en toch losstaand. Goed stukje.
@SF, goed verteld.