Voor Hilpert de fricandel zich aan het veelgebruikte vet toevertrouwt, draait hij zich naar mij en rochelt: ‘Hoofdschilfer blijft hardnekkig, maar ik ga niet meer op twee krukken.’ Zijn aderen, vooral die op zijn voorhoofd, vertonen bijzondere kronkeling. Deze fricandel lijdt reeds enige jaren aan opgezette benen tot kniehoogte. De zwelling hindert hem bij het aantrekken van klompen. Toch blijft hij voortgaan aanbevelen. Extra zout op een reeds te zoute hamburger? Een zoetig drankje vol suiker en koolzuur wegslobberen? Het overkomt hem zesmaal daags. Desondanks gaat Hilpert elke avond met honger slapen. De afstand tot zijn snackbar is slechts gering en meestal nuttigt Hilpert zijn maagvulling ter plekke. Voor eeuwig in vet en in saus, hij tekent ervoor en spettert.

C.P. Er zitten leuke woordspelingen in je verhaal. Het spettert en voor mij rammelt het ook een beetje. Volgens mij staan er wat slordigheden in of ik lees/begrijp het niet goed.
Beste Desiree,
Slordigheden staan er volgens mij niet in. Ik heb het stukje enkele keren nagelopen om te kijken of als klopt en loopt zoals ik het ingedachten heb. Er is een gedaantenwisseling gaande; heen en terug, van fricandelliefhebber naar fricandel en vice versa. Misschien dat het daarom wat rommelig overkomt.
Met vriendelijke groet,
Chris
een hartje voor het barokke taalgebruik!
Beste José,
Juist voor zo’n kort stukje mag het best wat barokker zijn. Bij langere stukken wordt het al snel vermoeiend voor de lezer.
Bedankt voor je reactie!
Chris