Er was er eens een oude vrouw.
Ze woonde in Berlijn
met zeven katten en een hond,
een haas en een konijn.
O ja, ze had ooit nog een man,
die haar veel liefde bood,
Helaas dronk hij een glas teveel.
Hij is al jaren dood.
Ze was een rasverzamelaar;
haar huis stond barstensvol
met onderzetters van elk soort
want niets was haar te dol.
Ze bouwde er paleizen van
Dan was ze uren zoet.
De katten liepen om haar heen,
Wat was het leven goed.
Maar op een kwade dag in mei
was het met haar gedaan
Één onderzetter was te glad
Dat kwam haar duur te staan.
…
En op haar graf staat levensgroot:
‘Een onderzetter werd haar dood!’


Oh, ik praatte voor mijn beurt, Nel, want hier vind ik je gedicht al. Wat leuk – en een prachtige uitsmijter met dat grafschrift. Hartje natuurlijk.
Dank je, Harrij!
Geweldig!
Natuurlijk mijn hartje 🙂
Dank je, Conny. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden, dat er bij een simpel (thema)woord opeens van alles naar boven komt borrelen. 🙂
leuk Nel, ooit was er voor de dichter Poot het grafschrift zijn naam was Poot, nu is hij dood
Grandioos, Nel.
Bedankt, Mathilde!
Josë, dat is ook een ijzersterk grafschrift in al zijn eenvoud,