Het kleine jongetje zwierf wat doelloos door het kamp. Hij was zes. Er waren niet veel mensen meer. Duitsers zag hij ook niet. Alles was anders geworden. Hij zou nu wel gauw teruggaan, naar Amsterdam. Waar hij dan naartoe moest, dat wist hij: naar Tante Meta. Mammie had hem verteld welke straat dat was en welk nummer. “Goed onthouden hoor”, had ze erbij gezegd en dat deed hij. Maar Mammie was heel ziek nu. Pappie was dood.
Er stonden een paar grote jongens op een hoekje, misschien waren ze wel acht of negen. Ze hadden een spel kaarten en ze speelden een heel stout spelletje: liegen. Liegen mag niet.
Hij wist dat niet, maar het was april 1945 in Bergen-Belsen.


Goed geschreven en een indrukwekkend verhaal, Leo!
Hoe beklemmend de bevrijding kan zijn. Heel treffend stukje.