Ik vind het een vreemde hobby.
Eerlijk gezegd, moest ik heel hard mijn tanden op elkaar klemmen toen ze het vertelde.
“Ik heb de stap gezet. Op dinsdag ga ik naar de haakclub!” had ze er zo maar uitgeflapt tijdens ons gesprek.
Ik dacht eerst dat ze te veel had gedronken, maar nee … Bloedserieus was ze!
Hoe haken op een weekdag haar gaat helpen met het vinden van haar droomman, ik heb geen flauw idee.
Misschien had ik beter moeten specificeren toen ik haar voorstelde om zich bij een club aan te sluiten?!
Toch ziet ze er gelukkig uit, mijn BFF.
Helaas word ik er alleen maar chagrijniger van …
Vandaag bracht ze me immers haar nieuwste creatie: veelkleurige, gehaakte onderzetters!


🙂
@Stefanie, het eerste dat me hier opvalt, is dat (bijna) elke zin op een nieuwe regel begint. Het geheel krijgt daardoor het karakter van een opsomming. En dat terwijl het in potentie een leuk verhaal is. Al zou ik het leuker hebben gevonden wanneer die haakclub niet echt een haakclub was, maar bijvoorbeeld meer een aanhaakclub. Dus wel een club om die droomman te vinden.
@Ineke : ik was me daar niet van bewust dat ik steeds een nieuwe lijn begon … het was een “vluggertje” 🙂 .
aanhaakclub is geen woord dat bestaat, dus ik vrees dat zoiets gebruiken voor vragen zou zorgen.
toch bedankt voor de feedback!
@Stefanie, je kunt allerlei zelfstandige naamwoorden samenvoegen tot één woord. Op die manier zijn er als vanzelf heel veel nieuwe woorden ontstaan. Woorden die nu niet meer als vreemd worden ervaren. Denk aan: tv-meubel, computerkast, smartphonehoesje enzovoort.
Dat samenvoegen kan ook met werkwoorden en één of meer zelfstandige naamwoorden. Denk aan: pakkans,surfplank, praatjuf enzovoort.
Wanneer twee of meer woorden één geheel vormen, dan is het gebruikelijk om deze woorden samen tot voegen tot één woord. In sommige gevallen met één of meer koppeltekens ertussen.
Aanhaakclub is daarom net zo correct als haakclub.