Ik werd wakker van gekrijs, dat het meest leek op een speenvarken dat gekeeld werd. Toen werd het stil. Ik probeerde nog voorbij de bosrand te turen, maar het was te schemerig. Onwillekeurig dacht ik aan onze vorige hond. Die hebben we laten inslapen wegens ouderdom. Ik vond dat destijds zo gemeen van mezelf. Net zo gemeen als het wezen dat zojuist zijn prooi de das omdeed.
Ratio werkt niet. Ik leef mee met het slachtoffer: ik leefde mee met de hond die ik vermoordde. Ik ben van het soort dat wel een stukje vlees lust, maar niet wil weten hoe het op zijn bordje terecht is gekomen. Het is zo gemeen allemaal. Voortaan slaap ik met het raam dicht.


Herkenbaar. Ik hou ook van een stukje vlees, maar wil ook niet weten hoe het op mijn bord komt. Er zijn grenzen.
Ondanks dat het de natuur is, vond ik het ook nooit leuk om dode muizen cadeau te krijgen van een van mijn vorige katten. Bedankte hem wel altijd, maar zei er ook altijd bij dat ik liever een bosje bloemen kreeg. Daar trapte meneer nooit in, hij roeide liever hele muizenfamilies uit en gaf ze ons cadeau. Toch mis ik dat ook weer, maar hij is vast druk in de kattenhemel. Lekker dubbel allemaal he?
@DeFrysk, na een het-woord, volgt dat. Gekrijs is een het-woord. Zoals het er nu staat, lijkt het alsof het wakker worden lijkt op een speenvarken dat gekeeld wordt.
Hoe kun je in een bosrand turen?
Gedachten kun je aangeven met schuinschrift, maar hier gaat het niet om een gedachte.
Juist. En gefikst
@DeFrysk, nu kan ik je stuk lezen zonder achter woorden te blijven haken 😉
Tja, dat dubbele gevoel hè. Goeie laatste zin ook, oogkleppen op en lekker slapen 🙂
@DeFrysk nog een omissie: vermoorde is met dubbel D