âIk moet u vertellen dat u nu verdachte bent in deze zaakâ.
Zij kijkt hem aan. Haar tikkende vingers vallen even stil.
Hij slikt. âWat nu?â vraagt hij voorzichtig.
âU gaat ons precies vertellen wat er is gebeurdâ.
Hij vertelt het. Hij heeft het niet gemerkt, niet gehoord, niet gezien, niet gevoeld. Geen detail laat hij onbesproken. Het kartonnen bekertje met koffie op tafel blijft onaangeroerd.
Haar handen hangen stil boven het toetsenbord. âEn als u ik nu vertel dat ik u helemaal niet geloof…………… Begint u maar opnieuw met uw verhaalâ.
Hij vertelt het weer. Hetzelfde verhaal. Hij heeft niets gemerkt.
Haar handen razen over het toetsenbord. De parelmoeren beige lak op haar lange nagels flitst even op.

Mooi geschreven stukje. Ik vind het wel op een nogal willekeurig punt stoppen.