Ik zie de golven deinen als ik mijn ogen sluit.
De branding kan ik horen,
alsof mijn hoofd achterover in het zilte water steunt
en me een andere wereld toont;
Een stille wereld, waarin niets is dan dit
en een krijsende meeuw.
Ik open mijn ogen en zie na lange tijd de zee;
Nu of nooit.
Een pad leidt over het strand naar het water.
Mijn tenen worden nat.
De stoel rijdt langzaam steeds dieper
totdat het niet meer nodig is.
Het tilt me uit de stoel, als vanzelf
draai ik op mijn rug en zweef de stille wereld in,
mijn ledematen gewichtsloos.
In mijn hart welt pure blijdschap op
een lied van zelfoverwinning weerklinkt
of is het een meeuw?


Mooi.