Ik zit vol gedachten,
en vol herinneringen.
Ik ben nu in een vreemd land.
Ik heb mijn vaderland verlaten,
waar oorlog, armoede, leed en de dood loert.
Daarom even naar buiten,
voor wat frisse lucht.
Slenter ik door de straten,
van het mooie Groningen,
misschien vind ik wat rust.
Een agent spreekt me aan.
‘Wat ik hier doe,
en waarom ik zo slenter door de wijk.’
Dan grijpt hij naar zijn smartphone,
en tikt iets in.
Tevreden stop hij zijn kleinood in zijn jaszak.
‘Of ik even mee wil komen,
naar het bureau,
want jij bent een vreemdeling.’
Nu slenteren we samen,
door de straten van Groningen,
ben ik onderweg,
moet ik misschien terug,
naar waar ik niet wil zijn.


Jeetje, is slenteren al verdacht?
Mooi stuk Defrysk.
Moet het in deze zin
‘waar oorlog, armoede, leed en de dood loert.’
niet loeren zijn?